Gebalanceerd mozaïek breien: uitleg voor de ribbelsteek versie

Gebalanceerd mozaïek breien (balanced mosaic knitting) is een vorm van mozaïek breien die door mij ontwikkeld is om bepaalde issues met regulier mozaïek breien bij een groot grafisch ontwerp te verhelpen, en waardoor een licht veranderde look van de steken ontstaat vergeleken met regulier mozaïek breiwerk. Dit maakt deze techniek ook extra geschikt voor grafische designs. De term ‘gebalanceerd mozaïek breien’ en ‘balanced mosaic knitting’ is door mij bedacht om de techniek mee aan te duiden. Ik zou het waarderen als je mij zou noemen als degene die deze methode heeft ontwikkeld, als je het in publicaties of video’s gebruikt. Copyright van het materiaal hier op de website en mijn YouTube video’s ligt uiteraard bij mij. Kijk voor de introductie en het ontstaan hiervan op deze pagina: Introductie Gebalandeerd Mozaïek breien

Wat is mozaïek breiwerk?

Mozaïek breiwerk wordt in principe uitgevoerd in 2 kleuren. Per toer die je breit gebruik je maar 1 draad. Je hoeft dus niet, zoals bijvoorbeeld met fair isle breiwerk, de draad van een tweede kleur mee te nemen en die af te wisselen. Elke toer brei je 2 keer met dezelfde kleur, een keer heen en een keer terug. Daarna brei je de volgende 2 toeren met de andere kleur, en dat wordt steeds zo afgewisseld. Door in een toer steken op een bepaalde manier af te halen onstaat een patroon.

De video

Ik heb voor deze tutorial ook video’s gemaakt. Klik hier voor de link voor de volledige afspeellijst of kijk onderaan deze pagina.

De patroontekening en uitleg

Diamant proeflapje
Diamant proeflapje

Voor deze tutorial gaan we dit patroon gebruiken. Klik op het plaatje om het volledig te zien en om te downloaden. Er is ook een geschreven versie van, die ik later in deze tutorial zal geven.

Aan de onderkant en bovenkant van het patroon zie je hoeveel steken breed het patroon is: 37 steken.

Rijnummers
Rijnummers

Aan de linker- en rechterkant van het patroon zie je de rijnummers.  De rijnummers zijn om en om gekleurd. In dit geval is kleur 1 het bordeaux rood, kleur 2 is het grijs. Als een rijnummer in een vakje staat met het bordeaux, dan is dat de kleur van je werkdraad. Staat een rijnummer in een vakje met het grijs, dan is dat de kleur van je werkdraad (of de kleuren die jij zelf kiest, uiteraard).


Counters and side stitchesIn het patroon zelf zie je aan de zijkanten de s-jes staan. Die staan voor de kantsteken (side stitches). Waarom 2 kantsteken en niet gewoon 1? Dat heeft te maken met waar voor mij het ‘echte’ patroon begint en eindigt: bij steek 3 is de start en het eindigt bij de steek vóór de voorlaatste steek. Door 2 steken te ‘reserveren’ aan de zijkanten ben je er zeker van dat je het volledige patroon ziet en dat het niet verstoord raakt door de manier waarop je randsteken maakt. Ik laat verderop zien hoe je een nette rand kunt maken, maar je kunt er op deze manier voor kiezen om de zijranden te ‘verbergen’ onder een rand die je later aanbrengt. In mijn patronen voor interwoven crochet zie je het patroon exclusief de 2 start- en de 2 eind-steken. Als je die patronen voor deze techniek wilt gebruiken, moet je er dus zelf even aan denken die steken toe te voegen.

De nummers die je binnen in het patroon ziet staan, geven aan hoeveel steken je op een rij van die kleur moet breien. Deze nummers staan alleen in de hokjes van de kleur waarmee je de toer breit. Ik leg dit verderop uit.

Het patroon met reguliere breisymbolen

Voordat ik verder de techniek en het patroon uitleg, zal ik eerst het patroon (deels) in gebruikelijke breisymbolen uitleggen. Daarna zal ik laten zien dat het handiger is om de ‘ingekorte’ patroontekening van hiervoor te gebruiken.

Gebruikte symbolen

De hier gebruikte symbolen zijn de officiële symbolen zoals de Craft Yarn Council ze hanteert (https://www.craftyarncouncil.com/) en ze zijn volgens hun standaarden toegepast in de patroontekening.

Belangrijk! Het werk heeft een goede kant (voorkant) en een achterkant (dat klinkt beter dan verkeerde kant 🙂 ).  Ik gebruik deze termen consequent in het navolgende, dus verwar het niet met je werkkant. Om het nog eens extra te benadrukken heb ik het dik gedrukt, schuin en onderstreept aangeduid.

Rechte steek
Rechte steek

Symbool voor de rechte steek: brei recht aan de voorkant van het werk en averecht(!) aan de achterkant van het werk.


Averechte steek
Averechte steek

Symbool voor de averechte steek: brei averecht aan de voorkant van het werk en recht(!) aan de achterkant van het werk.


Afhalen met draad aan achterkant
Afhalen met draad aan achterkant

Symbool voor afhalen met draad aan achterkant (verkeerde kant): dit betekent dat je de steek averecht afhaalt, maar dat de lus die je daarbij krijgt aan de achterkant van je werk komt te liggen. Dus niet aan de kant van je patroon. Als je werkt aan de voorkant van het werk breng je dus eerst de draad naar de achterkant van het werk (als die daar nog niet was) en dan haal je de steek averecht af.  Als je werkt aan de achterkant van het werk breng je dus ook eerst de draad naar de achterkant van het werk (als die daar nog niet was) en dan haal je de steek averecht af.


Afhalen met draad aan voorkant
Afhalen met draad aan voorkant

Symbool voor afhalen met draad aan voorkant (goede kant): dit betekent dat je de steek averecht afhaalt, maar dat de lus die je daarbij krijgt aan de voorkant(!) van je werk komt te liggen. Dus aan de kant van je patroon. Als je werkt aan de voorkant van het werk breng je dus eerst de draad naar de voorkant van het werk (als die daar nog niet was) en dan haal je de steek averecht af.  Als je werkt aan de achterkant van het werk breng je dus ook eerst de draad naar de voorkant van het werk (als die daar nog niet was) en dan haal je de steek averecht af.


Patroontekening

Gebalanceerd in ribbelsteek
Gebalanceerd in ribbelsteek

Dit is een deel van het voorgaande patroon zoals je het gewend bent met reguliere breisymbolen. Klik weer op het kleine plaatje voor het volledige plaatje.


De regels voor gebalanceerd mozaïek breien

Lees eerst de regels even door, maar ik zal ze later in de tutorial nog eens stap voor stap laten zien, met foto’s, dan zal het vast duidelijk worden. Dit zijn gewoon de regels die je kunt volgen, onafhankelijk van welk soort patroontekening je gebruikt. En je kunt natuurlijk ook de video bekijken.

De 2 randsteken aan begin en eind

De volgende beschrijving is om te zorgen dat je een fraaie rand krijgt. Ik wil in de toekomst nog kijken of ik de linkerkant nog net even iets fraaier kan maken, maar vooralsnog is dit een goede manier als je de randen later niet wilt verbergen onder een andere rand. Bovendien is dit een manier die ervoor zorgt dat je geen golvende randen krijgt.

Een algemene regel: zorg dat je de randsteken losjes maakt. Dat is een kwestie van aanvoelen en goed kijken naar je randsteken, want het moet ook weer niet té los zijn.

  1. Aan de voorkant van het werk start je de toer met het averecht afhalen van de eerste steek met de draad aan de achterkant het werk. Je maakt hier een kleurwisseling (zie verder voor de uitleg). De tweede steek is altijd een rechte steek.
  2. Eindig de toer met 2 rechte steken.
  3. Aan de achterkant van het werk start je de toer met het averecht afhalen van de eerste steek met de draad naar de achterkant van het werk. Belangrijk: De tweede steek is altijd(!) een afgehaalde steek met de draad aan de voorkant van het werk. Dit is om te voorkomen dat de zijranden gaan golven. Als je namelijk deze tweede steek zou breien, dan zou er een kolom breisteken ontstaan waar nooit een afgehaalde steek tussen zit. Die kolom zou dan langer worden dan de rest van het werk! Dit zou kunnen betekenen, afhankelijk van het patroon dat je moet breien voor een toer, dat je 3 afgehaalde steken op een rij krijgt, Dit is geen probleem: zorg gewoon dat je losjes werkt en je de draad niet strak aantrekt!
  4. De voorlaatste steek is ook weer altijd(!) een afgehaalde steek met de draad aan de voorkant van het werk, ongeacht of de steek ervoor wordt gebreid of afgehaald. Ook hier geldt dat dit is om golven te voorkomen.
  5. De laatste steek wordt averecht gebreid.

Zoals je hier dus ziet zijn er nooit 2 randsteken boven elkaar die worden gebreid. Een gebreide steek in de ene toer (recht danwel averecht) wordt altijd gevolgd door een afgehaalde steek in de toer daarna! Dit is een belangrijk aspect van gebalanceerd mozaïek breiwerk: dat een kolom steken (boven elkaar dus) nooit alleen gebreide steken bevat, recht danwel averecht, maar dat het gebalanceerd wordt door breisteken en afhalingen!

Kleurwisseling aan het begin van een toer

Als je je werk weer hebt gekeerd om aan een nieuwe toer te beginnen met de volgende kleur (aan de voorkant van het werk), leg je de draad van je voorgaande kleur eerst naar achter en haal je de draad van de kleur waar je mee gaat werken naar voren en brengt die naar achteren over de vorige kleur heen.

Let op! De laatste steek van de voorgaande toer is gemaakt in bijvoorbeeld kleur 1. Als je nu met kleur 2 gaat werken, en de eerste steek afhaalt zoals beschreven bij het maken van de randsteken, dan is de kleur die op je naald zit die van kleur 1! Dit kan verwarrend zijn, omdat je de eerste 2 steken in de patroontekening in dezelfde kleur ziet, maar op je naald is de eerste lus in kleur 1 en de volgende steek in kleur 2.

Voorkant van het werk

Als je aan de voorkant van het werk werkt in kleur 1, brei je de steken in kleur 1 in het patroon recht, de steken in kleur 2 haal je averecht af met de draad aan de achterkant van het werk. Hetzelfde geldt als je werkt met kleur 2 als werkdraad. De steken in het patroon in kleur 2 worden recht gebreid, de steken in kleur 1 haal je averecht af met de draad aan de achterkant van het werk. Omdat de afhaallussen aan de achterkant van het werk liggen, zie je dat de afgehaalde steken bovenop het werk komen te liggen, waardoor ze het patroon gaan vormen. Deze lussen zullen dus iets uitgerekt worden (want ook in de volgende toeren worden ze afgehaald), maar dat is het karakter van mozaïek breiwerk.

Voor de voorkant van het werk heb je je patroontekening (of de geschreven versie van je patroon) nodig. Dit is de heengaande toer.

Achterkant van het werk

Voor de achterkant van je patroon heb je je patroontekening eigenlijk niet nodig, want je kan aan de kleur van de steken op je naald zien wat je met de betreffende steek moet doen! De achterkant van het werk wordt met dezelfde kleur werkdraad uitgevoerd als de heengaande toer aan de voorkant van het werk. Dit is dus de teruggaande toer.

Als je aan de achterkant van het werk werkt in kleur 1, dan haal je de steken in kleur 2 averecht af met de draad aan de achterkant van het werk. De afhaaldraad is dus weer niet zichtbaar aan de voorkant van het werk, wat zorgt dat de lus van kleur 2 verder wordt opgerekt.

Voor de steken in kleur 1 wissel je steeds af tussen een rechte steek en een afgehaalde steek met de draad aan de voorkant van het werk. Dat betekent dat als je maar 1 steek in kleur 1 hoeft te doen, dat je die recht breit. Moet je 3 steken achter elkaar in kleur 1 doen (het is altijd(!!!) een oneven aantal steken), dan doe je 1 steek recht, de volgende steek haal je averecht af met de draad aan de voorkant van het werk, en de volgende steek weer recht. Met 5 steken brei je een steek, je haalt de 2e steek af, je breit de 3e steek, je haalt de 4e steek af en je breit de 5e steek. Je begint en eindigt dus altijd met een gebreide steek. Dit is ook een mooie check als je heel veel steken in eenzelfde kleur achter elkaar moet doen: als je eindigt met een afhaling, dan heb je ergens een fout gemaakt. Als je 2 keer een fout hebt gemaakt, dan zal je dit dus niet nu zien, maar dat doen we toch nooit, toch? 🙂 

Als je werkt in kleur 2 werkt het natuurlijk precies andersom.

Let wel op: de eerste en laatste 2 steken van een toer moet je natuurlijk wel doen zoals beschreven bij de randsteken! Dus dit schema pas je pas toe vanaf de 3e steek in een toer, tot je de laatste 2 steken moet doen.

En dat zijn eigenlijk alle regels voor gebalanceerd mozaïek breiwerk.

Aan de slag

Op de volgende tutorial pagina’s (klik hier) zal ik je het stap voor stap nog eens met foto’s laten zien, en laat ik zien hoe je een tijdelijke opzet met hulpdraad kunt gebruiken. 

De video’s